**1..** Aan de medewerker van wie zijn bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 22 en 28 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:
die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, als bedoeld in artikel 16, en
de medewerker de toelage - als bedoeld in artikelen 22 en 28- direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbrekening heeft genoten.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de medewerker van 60 jaar of ouder van wie zijn bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage - als bedoeld in artikelen 22 en 28 - een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de medewerker de toelage - als bedoeld in artikelen 22 en 28 - direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**3..** De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de medewerker de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddelijk voor de aanvang van de toelage - als bedoeld in artikelen 22 en 28- heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.
**4..** Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twe maanden.
**5..** Er is sprake van een trapsgewijze afbouw in drie jaar: in het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25%.