1.. Voor het subsidiëren van de in artikel 5 lid 1 omschreven functies stelt het college de subsidieplafonds vast.

2.. De aanvragen worden na de datum van indiening zoals opgenomen in artikel 5 beoordeeld op grond van de volgende criteria. Niet op iedere aanvraag zullen alle criteria van toepassing zijn:

  • - de mate waarin de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd bijdraagt aan de doelstellingen zoals verwoord in artikel 2
  • - de aanvrager in vorige jaren subsidie heeft ontvangen en stopzetting van de gesubsidieerde activiteiten tot vernietiging van maatschappelijk kapitaal leidt;
  • - de mate waarin de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, afgestemd is op de behoeften van (een deel van )de doelgroep
  • - de mate waarin sprake is van (bestaande) samenwerking met overige sociale partners, waaronder de gemeente en op welke wijze aan deze samenwerking uitvoering wordt gegeven
  • - de mate waarin sprake is van evidence based of practise based methodieken
  • - de mate waarin sprake is van vernieuwing van het aanbod
  • - de mate waarin de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd de ketenaanpak voor een bepaalde problematiek of in een bepaald geografisch gebied versterkt
  • - de mate waarin sprake is van sectorconforme tarieven
  • - de mate waarin gefinancierd wordt door middel van een eigen bijdrage.

3.. Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de in lid 2 weergegeven criteria beslist het college over het verlenen of verstrekken van een subsidie.