In ieder geval geen subsidiabele kosten zijn:
de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;
kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijk rechtspersoon;
rentekosten, boetes, kosten uit hoofde van financiële transacties en gerechtskosten;
kosten die verband houden met de uitgifte van aandelen;
kosten van verwerving ter zake van concessies en vergunningen;
kosten van goodwill die van derden is verkregen;
winstopslagen bij transacties binnen een groep. Transacties binnen een groep dienen op basis van kostprijzen te worden verrekend.