1. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Deze verordening verstaat onder:
a. wet: Wet werk en bijstand;
b. college: het college van burgemeester en wethouders van
Barneveld;
c. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken; indien het een gezin betreft, wordt onder belanghebbende elk
van de gezinsleden verstaan;
d. uitkeringsgerechtigde: degene die algemene bijstand ontvangt op grond
van de wet;
e. bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke
kosten van het bestaan en/of bijzondere bijstand;
f. bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in
artikel 5 onderdeel c van de wet;
g. maatschappelijke participatie: deelname aan sport, cultuur of andere
activiteiten teneinde het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en
onderhouden van sociale verbanden mogelijk te maken en op die manier
deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;
h. inkomen: 1. het netto-inkomen; derhalve het bruto-inkomen na
aftrek
van de verschuldigde loonheffing en premies ingevolge sociale
zekerheidswetten, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3,
paragraaf 3.4 van de wet;
2. inkomsten op grond van hoofdstuk 4 van de wet worden niet tot het
inkomen gerekend;
Indien de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze regeling niet
eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of
uitleg van dit begrip.