Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Verordening maatschappelijke participatie kinderen

1. Bij verstrekking van een vergoeding wordt de draagkracht vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend, vastgesteld en dient de aanwezige draagkracht direct volledig verrekend te worden. 2. De draagkrachtperiode wordt als volgt vastgesteld: a. voor belanghebbenden van 65 jaar en ouder: tot het moment waarop er een wijziging is in de persoonlijke en/of financiële omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op bijzondere bijstand; b. voor belanghebbenden met een uitkering op grond van de WWB: gedurende de volledige uitkeringsduur; c. voor overige belanghebbenden: 24 maanden. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de begindatum van het draagkrachtjaar op een eerder tijdstip worden vastgesteld als op het moment van de aanvraag reeds andere bijzondere noodzakelijke kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking had kunnen komen. 5. De begindatum van het draagkrachtjaar zoals genoemd in het vierde lid, kan niet eerder worden vastgesteld dan de maand januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel