1. Bij verstrekking van een vergoeding wordt de draagkracht vanaf de
eerste dag van de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand is
ingediend, vastgesteld en dient de aanwezige draagkracht direct
volledig verrekend te worden.
2. De draagkrachtperiode wordt als volgt vastgesteld:
a. voor belanghebbenden van 65 jaar en ouder: tot het moment waarop
er een wijziging is in de persoonlijke en/of financiële
omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op
bijzondere bijstand;
b. voor belanghebbenden met een uitkering op grond van de WWB:
gedurende de volledige uitkeringsduur;
c. voor overige belanghebbenden: 24 maanden.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de begindatum van
het draagkrachtjaar op een eerder tijdstip worden vastgesteld als op
het moment van de aanvraag reeds andere bijzondere noodzakelijke
kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking had kunnen
komen.
5. De begindatum van het draagkrachtjaar zoals genoemd in het vierde
lid, kan niet eerder worden vastgesteld dan de maand januari van het
kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.