1. Voor de vaststelling van de draagkracht met betrekking tot deze verordening wordt in aanmerking genomen:100% van de saldi op de lopende rekeningen en spaarrekeningen van de belanghebbende, dat uitstijgt boven de vermogensgrens ingevolge het bepaalde in artikel 34 van de wet;
2. Indien belanghebbende, op de datum van aanvraag van het bedrag, beschikt over draagkracht als bedoeld in eerste lid, dan wordt deze draagkracht op het te verstrekken bedrag in mindering gebracht.