1. Het college verleent bijzondere bijstand aan een persoon, met een
hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding
volgt, met betrekking tot kosten in verband met maatschappelijke
participatie van dat kind, zonder dat wordt nagegaan of ten behoeve
van dat kind die kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of
gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij
behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden
bevindt die leiden tot dergelijke noodzakelijke kosten van bestaan
waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige
draagkracht te boven gaan.
2. De in het eerste lid bedoelde bijzondere bijstand wordt niet
verleend, wanneer de belanghebbende beschikt over een inkomen dat
meer bedraagt dan de toepasselijke bijstandsnorm verhoogd met 10
procent.
3. Het college kan nadere regels vaststellen voor het verlenen van
de in het eerste lid genoemde bijzondere bijstand.
Artikel 6
Sport, cultuur of andere activiteiten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke participatie kinderen