Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening
in verband met de door hem ondervonden beperkingen in de
zelfredzaamheid of participatie, voor zover hij deze
beperkingen naar het oordeel van het college niet:
op eigen kracht,
met gebruikelijke hulp,
met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
sociale netwerk, dan wel
met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan
verminderen of wegnemen.
De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid levert,
rekening houdend met het ondersteuningsplan en indien aanwezig het
persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een
situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid
en/of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
blijven wonen.
Afdeling III › Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Wettelijke criteria maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015