Naar hoofdinhoud

Afdeling III › Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Algemene criteria maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015

Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en/of participatie, mede met als doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen; deze als goedkoopst passende bijdrage aan te merken is; deze in belangrijke mate op de cliënt gericht is; de maatwerkvoorziening veilig is voor de cliënt en zijn omgeving en geen gezondheidsrisico’s meebrengt. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat: indien de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel verminderd; voor zover de cliënt aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening; voor zover er voor de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan de melding; indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als gevolg van omstandigheden die in de risicosfeer van de cliënt liggen; de cliënt niet adequaat, binnen de eigen mogelijkheden, heeft ingespeeld op de aanwezige beperkingen of op de gevolgen van de diverse levensfasen waar eenieder mee te maken krijgt of kan krijgen. De aanvraag om een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval geweigerd indien de maatwerkvoorziening in natura is gerealiseerd vóór de melding dan wel de aanvraag. Indien werkzaamheden ter realisatie van de maatwerkvoorziening in natura zijn gestart vóór de melding dan wel aanvraag, kan een maatwerkvoorziening worden geweigerd, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij: a. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt· aan maatschappelijke ondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel