Naar hoofdinhoud

Afdeling III › Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015

De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de aanschafprijs of bekostiging van de goedkoopst passende bijdrage. Daarbij is rekening gehouden met onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd. Het persoonsgebonden budget is niet hoger dan een percentage van dat tarief. Het college stelt nadere regels in het Besluit over de hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten waaronder in ieder geval: de tarieven van aanbieders waarbij rekening wordt gehouden met overheadkosten en andere kostencomponenten; de tarieven van het persoonsgebonden budget dat wordt besteed voor diensten door een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt en een persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt; de tarieven bedoeld onder b zijn lager zijn dan de tarieven genoemd onder a. Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel