De hoogte van het persoonsgebonden budget voor
vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen
bedraagt in ieder geval niet meer dan de aanschafprijs of
bekostiging van de goedkoopst passende bijdrage. Daarbij is
rekening gehouden met onderhoud, reparatie en verzekering
zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd
is.
Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget
als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een
offerte.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is
afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten
heeft gecontracteerd. Het persoonsgebonden budget is niet
hoger dan een percentage van dat tarief.
Het college stelt nadere regels in het Besluit over de
hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten
waaronder in ieder geval:
de tarieven van aanbieders waarbij rekening wordt gehouden
met overheadkosten en andere kostencomponenten;
de tarieven van het persoonsgebonden budget dat wordt
besteed voor diensten door een persoon die behoort tot het
sociale netwerk van de cliënt en een persoon die niet als
beroepskracht wordt aangemerkt;
de tarieven bedoeld onder b zijn lager zijn dan de tarieven
genoemd onder a.
Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend
zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen
die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet
en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor
het persoonsgebonden budget wordt toegekend.
Afdeling III › Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015