**1..** Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:
aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;
de te verzekeren risico’s;
het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden;
het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoordirover.
**2..** Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
**3..** Het college kan niet-doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Awb aan de subsidieverstrekking verbinden.
**4..** Indien de aanvrager een meerjarige subsidie is verleend, dient de aanvrager jaarlijks vóór 1 juli een verslag in te dienen over het voorgaande jaar, betreffende de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.