Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Reserves en voorzieningen

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Bloemendaal 2015

Voorzieningen maken geen deel uit van het eigen vermogen. Het is aan instellingen toegestaan voorzieningen te treffen, met inachtneming van het gestelde in artikel 10 lid 2 van deze verordening. Reserves maken deel uit van het eigen vermogen. Het is aan instellingen toegestaan reserves te vormen, met inachtneming van het gestelde in artikel 10 lid 2 van deze verordening. De volgende restricties worden opgelegd aan instellingen die voor hun inkomsten voor 50% of meer afhankelijk zijn van de subsidie van de gemeente: Voorziening: Het college dient in te stemmen met het doel van de voorziening. Bestemmingsreserves: De maximale toename per jaar wordt bepaald op 5% van de verleende subsidie in het voorgaande jaar, met inachtneming van het gestelde in artikel 10 lid 2 van deze verordening. De totale hoogte wordt bepaald op 10% van de begroting van de instelling, met inachtneming van het gestelde in artikel 10 lid 2 van deze verordening. Het college dient in te stemmen met het doel van de reserve. Egalisatiereserves: Instellingen die naast de gemeentelijke subsidie een inkomen genereren uit activiteiten en personele verplichtingen hebben, mogen een egalisatiereserve opbouwen en benutten om fluctuaties in de bedrijfsvoering op te vangen. De maximale toename per jaar wordt bepaald op 5% van de verleende subsidie in het voorgaande jaar, met inachtneming van het gestelde in artikel 10 lid 2 van deze verordening. De totale hoogte wordt bepaald op 10% van de begroting van de instelling, met inachtneming van het gestelde in artikel 10 lid 2 van deze verord ening. Algemene reserves: Alle overige reserves worden beschouwd als algemene reserves en zullen bij de beoordeling van een subsidie volledig meetellen als draagkracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel