Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken indien:

  • - blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
  • - blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 8 niet naleeft;
  • - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.