Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:27 en 2:28,
voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden
van het tweede lid, onder a en c, van het vorige
artikel;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.
vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
gebruikt;
zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het
voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en
mits:
geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
dat gedeelte bevindt;
geen onderdeel van het scherm, in welke stand
dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
weg bevindt;
geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
laden of lossen ervan en mits degene die de
werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor
zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan,
in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of
stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan
gereinigd is, voorzover geen sprake is van de
weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
van het vorige artikel;
Containers, steigers en/of (bouwmaterialen), die
noodzakelijkerwijze op de weg gebracht worden in
verband met bouw-, renovatie- en/of
sloopwerkzaamheden, voorzover geen sprake is van de
weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
van het vorige artikel;
billboards, voorzover geen sprake is van de
weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
van het vorige artikel;
winkeluitstallingen, voorzover geen sprake is van de
weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
van het vorige artikel.
Indien en voor zover de gemeente Stein aan een exploitant
met betrekking tot bepaalde reclameobjecten een
exclusiviteitsrecht is toegekend voor het grondgebied van de
gemeente of een gedeelte daarvan, wordt een vergunning als
bedoeld in het eerste lid geweigerd. Hetzelfde geldt met
betrekking tot reclameobjecten welke naar hun aard en omvang
hiermee vergelijkbaar zijn.
3. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
gevoelens worden geopenbaard, voorzover geen sprake is van
de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van
het vorige artikel.
4. a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het
vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
Wegenverkeerswet.
De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het
vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;
De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
vorige artikel geldt niet
voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
milieubeheer.
5. Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot het verlenen
van vergunningen voor reclameobjecten nadere regels stellen.
6. Op de ontheffing bedoeld in het eerste lid, sub b, h en i is
paragraaf 4.1.3.3, Awb
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.
Artikel 2:10
B: afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2014