Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.

Artikel 2:10

B: afbakeningsbepalingen en uitzonderingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2014

Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:27 en 2:28, voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van het vorige artikel; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is, voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van het vorige artikel; Containers, steigers en/of (bouwmaterialen), die noodzakelijkerwijze op de weg gebracht worden in verband met bouw-, renovatie- en/of sloopwerkzaamheden, voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van het vorige artikel; billboards, voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van het vorige artikel; winkeluitstallingen, voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van het vorige artikel. Indien en voor zover de gemeente Stein aan een exploitant met betrekking tot bepaalde reclameobjecten een exclusiviteitsrecht is toegekend voor het grondgebied van de gemeente of een gedeelte daarvan, wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid geweigerd. Hetzelfde geldt met betrekking tot reclameobjecten welke naar hun aard en omvang hiermee vergelijkbaar zijn. 3. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van het vorige artikel. 4. a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken; De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 5. Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot het verlenen van vergunningen voor reclameobjecten nadere regels stellen. 6. Op de ontheffing bedoeld in het eerste lid, sub b, h en i is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel