Een persoonsgebonden budget wordt, onverminderd artikel 2.3.6 lid 2 van de wet, geweigerd indien:
de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overgelegd volgens het door het college vastgestelde model;
de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of, na voor bespreking van het budgetplan te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit.
HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 2
Artikel 3.6