Naar hoofdinhoud
1.. Het college neemt het door de cliënt opgestelde budgetplan als uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget. 2.. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier zou zijn verschuldigd. 3.. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten bedraagt: indien sprake is van dienstverlening door een professional, al dan niet werkzaam voor een instelling conform de geldende kwaliteitsstandaarden, in ieder geval niet meer dan de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd. indien sprake is van dienstverlening door een persoon uit het informele netwerk van de cliënt of familieleden in de derde of hogere graad, in ieder geval niet meer dan het door het college in het Wmo-besluit vastgestelde percentage van de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd. indien sprake is van dienstverlening door een persoon uit het informele netwerk van de cliënt, zijnde familieleden in de eerste of tweede graad, in ieder geval niet meer dan het door het college in het Wmo-besluit vastgestelde percentage van de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd. 4.. De hoogte van een persoonsgebonden budget Beschermd wonen bedraagt bij: professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura zoals gecontracteerd in enig jaar; gediplomeerde ZZP’ers, maximaal 90% van de kostprijs zoals vermeld in onderdeel 1; niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk: 75% van de kostprijs zoals vermeld in onderdeel 1 tot een maximum bedrag van € 20 per uur. Op gemotiveerd verzoek van de cliënt en indien dit anders leidt tot onbillijke situaties geldt een tarief tot een maximum bedrag van € 25 per uur, mits daar een financiële compensatie aan de hulp tegenover staat. 5. . Voor de toepassing en berekening van de tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in lid 4, wordt in de basis uitgegaan van een fictief aantal te leveren uren: voor de ondersteuningsvorm Beschermd Thuis zes uur ondersteuning per week; voor de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen acht uur ondersteuning per week. 6. . Het college kan, onverminderd de vorige leden, nadere regels stellen over de hoogte van een persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel