Op grond van het bepaalde in artikel 3.1.4 lid 12 sub b van de huisvestingsverordening weigeren burgemeester en wethouders de vergunning voor het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte, indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat het verlenen van de vergunning leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw en/of de omgeving van het gebouw, waarop de aanvraag betrekking heeft.
Op grond van artikel 3.1.6 sub f van de huisvestingsverordening kan het college een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte intrekken indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het in stand houden van de vergunning leidt tot een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw en/ of de omgeving van het gebouw, waarop de vergunning betrekking heeft.
In de volgende gevallen is er sprake van een ontoelaatbare inbreuk op of verstoring van een geordend woon- en leefmilieu:
het omzetten naar onzelfstandige woonruimte van twee-over-één-trap woningen. In een twee over-één-trap-woning moet men via het trappenhuis de (hal van de) woning van iemand anders passeren om de eigen woning te bereiken. Er is geen sprake van een eigen toegang vanaf de openbare weg;
ten opzichte van een zelfstandige woonruimte is op meer dan 1 aangrenzend perceel een pand met "onzelfstandige woonruimte" aanwezig;
er is minder dan 12 m2 gebruiksoppervlakte per bewoner beschikbaar;
er wordt niet voldaan aan de voor het gebruik van het pand geldende parkeernormering en burgemeester en wethouders hebben geen ontheffing verleend;
structurele overlast. De overlast moet structureel en aantoonbaar zijn op grond van meldingen/ klachten bij de politie of gemeente en objectieve feiten en omstandigheden, bijvoorbeeld blijkend uit constateringen van politie- of gemeentemedewerkers.
Intrekking vergunning
Voordat burgemeester en wethouders overgaan tot intrekking van de vergunning wegens een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw of de omgeving van het gebouw, moeten zij de verhuurder (en bewoners van het pand) schriftelijk op de hoogte hebben gesteld van de gemelde overlast en hen de gelegenheid hebben geboden om daarop te reageren en om daaraan zelf iets te doen. Om een mogelijke intrekking te voorkomen zal de verhuurder in ieder geval moeten aantonen welke actie wordt ondernomen en/of reeds ondernomen is.
Het burgemeester en wethouders gaan in ieder geval over tot intrekking van de vergunning indien sprake is van een of meer van de in dit artikel opgesomde gevallen en sprake is van geconstateerde structurele overlast.
Artikel 2
Ontoelaatbare inbreuk op/verstoring van een geordend woon- en leefmilieu
Onderdeel van Beleidsregel betreffende de omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte