Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015

De aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt door of namens de cliënt ingediend bij het college. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor zover de cliënt de problemen of beperkingen zoals omschreven in artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet en artikel 2.3.5 lid 3 en 4 Wmo 2015 niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht, en/of met gebruikelijke hulp, en/of met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk, en/of met gebruikmaking van algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen. Het leefzorgplan zoals genoemd in artikel 3, lid 3, wordt gebruikt ter motivering van het besluit op een aanvraag voor een maatwerkvoorziening. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor maatschappelijke ondersteuning indien deze een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. Als van een maatwerkvoorziening voor maatschappelijke ondersteuning meerdere varianten als passend aan te merken zijn, verstrekt het college de goedkoopste passende voorziening. Het college kan bij nadere regeling aanvullen op basis van welke criteria en te bereiken resultaten een cliënt voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel