Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Voorwaarden en weigeringsgronden voor een maatwerkvoorziening voor maatschappelijke ondersteuning

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015

Er wordt in ieder geval geen maatwerkvoorziening verstrekt: indien de aanvraag betrekking heeft op kosten of een voorziening die de cliënt voorafgaand aan de ondersteuningsaanvraag of de beschikking heeft geaccepteerd, gemaakt of gerealiseerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; indien de noodzaak tot een maatwerkvoorziening niet is vast te stellen doordat de cliënt niet of onvoldoende voldoet aan de wettelijke informatieverplichtingen waaronder artikel 2.3.2, lid 7, Wmo 2015; wanneer er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan diens behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; Een maatwerkvoorziening kan worden geweigerd: indien de noodzaak tot een maatwerkvoorziening niet is vast te stellen doordat de cliënt of diens huisgeno(o)t(en) niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen van deze verordening; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een maatwerkvoorziening die al eerder aan de cliënt is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling, de normale afschrijvingstermijn van de maatwerkvoorziening nog niet verstreken is en de nog functioneel is, tenzij: de eerder vergoede of verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de kosten, de eerder verstrekte maatwerkvoorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning; indien de cliënt niet adequaat, binnen de eigen mogelijkheden, heeft ingespeeld op de aanwezige beperkingen of op de gevolgen van de diverse levensfases waarin een ieder mee te maken krijgt of kan krijgen; indien de cliënt, met het oog op zijn eigen verantwoordelijkheid, over mogelijkheden beschikt om zelf voor een passende oplossing te zorgen; als de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van onderhoud; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. Een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie kan worden geweigerd indien: deze voorziening of de noodzaak daarvan voor de cliënt redelijkerwijs vermijdbaar was; deze voorziening redelijkerwijs voorzienbaar was, en van de cliënt redelijkerwijs verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag overbodig had gemaakt; Het college kan bij nadere regeling aanvullende weigeringsgronden formuleren voor de (wijze van) toekenning van maatwerkvoorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel