Een huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats vervalt:
één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken;
onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats is beëindigd en de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten;
onmiddellijk nadat de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten, voorzover de betreffende standplaats niet ingevolge een huurovereenkomst door de vergunninghouder werd ingenomen.
Hoofdstuk ll - › Paragraaf 2.7 -
Artikel 2.7.5
vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gouda 2009