Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor het innemen van een standplaats intrekken indien:
de vergunninghouder niet binnen twee weken na afgifte van de vergunning de standplaats inneemt;
de vergunninghouder handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze verordening, de voor de standplaats verstrekte huisvestingsvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk ll - › Paragraaf 2.7 -
Artikel 2.7.6
intrekking huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gouda 2009