Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:

a) de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een

belanghebbende;

b) de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten

in aanmerking worden genomen;

c) de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging

worden genomen.