**1..** De verlaging als bedoeld in artikel 20, lid 2 van de WWB wordt
vastgesteld op:
vijf procent van de uitkering gedurende een maand bij
gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de uitkering gedurende een maand bij
gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de uitkering gedurende een maand bij
gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de uitkering gedurende een maand bij
gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De periode van verlaging van de uitkering genoemd in het eerste lid
en afgestemd met inachtneming van artikel 8 van deze verordening
wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf
maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw
schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een
hogere categorie (recidive).