Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 8

Afstemming

Onderdeel van Verordening Afstemmingsbeleid IOAW

1.. Bij de vaststelling van de verlaging wordt een beoordeling gemaakt van de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin belanghebbende verkeert. 2.. Ten aanzien van de afstemming van de verlaging van de uitkering op de mate van verwijtbaarheid geldt het volgende: indien een gedraging als verwijtbaar wordt aangemerkt wordt de periode van verlaging vastgesteld op een maand. indien een gedraging als ernstig verwijtbaar wordt aangemerkt wordt de periode van verlaging vastgesteld op twee maanden. indien een gedraging als zeer ernstig verwijtbaar wordt aangemerkt wordt de periode van verlaging vastgesteld op drie maanden. 3.. Indien het feitelijk onmogelijk is om de verlaging over twee of drie maanden, als bedoeld in voorgaand lid, toe te passen, wordt ter vervanging daarvan de verlaging over één maand verdubbeld, danwel verdrievoudigd. 4.. Bij de toepassing van voorgaande leden dient artikel 12 van deze verordening in beschouwing te worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel