Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.
In afwijking van het eerste lid bestaat recht op een gedeeltelijke individuele inkomenstoeslag wanneer het inkomen op de peildatum hoger is dan 110% van de bijstandsnorm maar op jaarbasis niet meer bedraagt dan de van toepassing zijnde individuele inkomenstoeslag.
Hoofdstuk
Artikel 6.
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening Individuele studietoeslag en Individuele inkomenstoeslag Uithoorn 2015