Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:
€ 386,-- voor een alleenstaande;
€ 386,-- voor een alleenstaande ouder;
€ 450,-- voor gehuwden
Voor de alleenstaande ouder en gehuwden komt bovenop het bedrag genoemd in b. en c. een bedrag van € 100 voor het eerste ten laste komend kind en € 50,- voor ieder volgend ten laste komend kind;
In afwijking tot het eerste lid wordt de individuele inkomenstoeslag voor de belanghebbende(n) als bedoeld in artikel 6, tweede lid, verminderd met het verschil op jaarbasis tussen het inkomen op de peildatum en 110% van de bijstandsnorm.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor toepassing van het eerste, tweede en derde lid is de situatie op de peildatum bepalend.
De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
Hoofdstuk
Artikel 7.
Hoogte individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Verordening Individuele studietoeslag en Individuele inkomenstoeslag Uithoorn 2015