1.. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:

  • - 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
  • - 25% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
  • - 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.

2.. Het college kan een verlaging van categorie c verrekenen over de maand van oplegging van de maatregel en ten hoogste de twee volgende maanden, waarbij over de eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend