In principe dient de keuze van de cliënt te worden gevolgd. Indien geen, of niet binnen een redelijke termijn, plaats is in de instelling van zijn keuze (voorkeursaanbieder), is het de verantwoordelijkheid van de dienstverlener om de cliënt een passende plaatsing bij een andere aanbieder in of buiten de regio te bieden. Indien ook hier geen plaats is, is de dienstverlener verantwoordelijk voor het bieden van extramurale overbruggingsondersteuning (BW Thuis) als een passend alternatief in afwachting van de beschikbaarheid van een passende woonplek. Uitgangspunt is het voorkomen van wachtlijsten en het principe: niemand zonder zorg. overbruggingsondersteuning kan op verzoek van de cliënt ook via een persoonsgebonden budget worden ingezet. In dit geval meldt de cliënt zich bij het college in afwachting van het beschikbaar komen van een plaats.
Hoofdstuk 2
Artikel 34.
Overbruggingszorg
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015