Naar hoofdinhoud
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft voor het milieu- en ruimtelijke ordeningsrecht jurisprudentie ontwikkeld waarin wordt uitgegaan van een “beginselplicht tot handhaving”. Zie onder meer de uitspraak van de voorzitter van de afdeling Raad van State van 19 oktober 1990, BR 1991, p. 449 en de uitspraak van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State van 13 juli 1986, AB 1987, 249 m. nt. PvB. Hierbij kan mede van invloed zijn een verzoek van derden om handhaving. Er is derhalve volgens de vaste jurisprudentie voor het milieu- en ruimtelijke ordeningsrecht een beginselplicht tot handhaving, tenzij specifieke feiten/omstandigheden tot een ander afweging kunnen komen.

Rechtspraak bij dit artikel