Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.5.2.

Huidig beleid van de centrale overheid inzake handhaving tegen permanente bewoning van recreatieverblijven.

Onderdeel van Nota Integrale Handhaving, visie op de handhaving en handhavingsbeleid gemeente De Ronde Venen

De toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P. Pronk heeft in zijn brief van 10 oktober 2001 kenmerk M 379, onderwerp: Instrumentarium om permanente bewoning van recreatieverblijven tegen te gaan, gericht aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Nederlandse gemeenten, geattendeerd op de mogelijkheden van bestaande en nieuwe instrumenten om permanente bewoning van recreatieverblijven te voorkomen of ongedaan te maken. In zijn brief noemt de minister dat door hem is toegezegd, dat in het kader van de fundamentele herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, zal worden bezien of het wenselijk is dat overtredingen van bestemmingsplanvoorschriften onder de werkingssfeer van de Wet op de economische delicten worden gebracht en derhalve als economisch delict kunnen aangemerkt. Het betreffende wetsvoorstel is voor advies gezonden naar de Raad van State. Ook hieruit blijkt dat door de centrale overheid thans hoge prioriteit wordt toegekend aan handhaving op het gebied van de ruimtelijke ordening.

Rechtspraak bij dit artikel