1.Indien betrokkene bijstandsbehoeftig is geworden omdat hij op
onverantwoorde wijze zijn vermogen heeft besteed wordt, onverminderd
artikel 2, tweede lid, de maatregel vastgesteld op 25% van de
toepasselijke bijstandsnorm voor de duur dat betrokkene bij een
verantwoorde besteding van het vermogen in zijn onderhoud had kunnen
voorzien. Onder verantwoorde besteding van het vermogen wordt verstaan
1,5 keer de toepasselijke bijstandsnorm per maand.
2.Het bedrag van de maatregel wordt afgerond op een veelvoud van €
5,00.
HOOFDSTUK IV
Artikel 15
Onverantwoorde besteding van vermogen
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ