Als door eigen toedoen geen gebruik wordt of kan worden gemaakt van een
voorliggende voorziening wordt, onverminderd artikel 2, tweede lid, een
maatregel opgelegd:
ter hoogte van het bedrag van de voorliggende voorziening waarop
belanghebbende recht zou hebben gehad indien hij daar een beroep
op had gedaan en waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd
en toegekend.
ter hoogte van een verlaging van 100% van de bijstand gedurende
1 maand, indien ten gevolge van de onderhavige gedraging
algemene bijstand wordt aangevraagd en toegekend. Deze maatregel
wordt ook opgelegd in het geval dat belanghebbende(n) geen
beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende
voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een
bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden
van de inlichtingenplicht.
HOOFDSTUK IV
Artikel 17
Door eigen toedoen geen gebruik kunnen maken van een voorliggende voorziening
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ