Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde
arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de
artikelen 37 en 38 van de IOAW of de artikelen 37 en 38 van de IOAZ niet
of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende
categorieën:
eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als
werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van
de registratie;
tweede categorie:
1° het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek
naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
2° het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het
college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36,
eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de
artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel
e, van de IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen
doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die
voorziening;
3° het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de
verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel
e, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de
IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken
van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande
ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of
artikel 38, eerste lid, van de IOAZ;
4° het niet of onvoldoende verrichten van een door het college
opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel
37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of artikel 37, eerste
lid, onderdeel f, van de IOAZ;
derde categorie:
1° het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid
te verkrijgen;
2° het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
3° het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid;
4° het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het
college aangeboden voorziening
gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36,
eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel
e, van de IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste
lid, onderdeel e, van de IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot
het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die
voorziening.
HOOFDSTUK II
Artikel 8
Gedragingen IOAW en IOAZ
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ