De medewerker is verantwoordelijk voor deskundige advisering
waarbij de juridische, organisatorische, personele en financiële
consequenties van de advisering in beeld gebracht worden.
De manager is binnen de afdeling eindverantwoordelijk voor de
advisering.
Bij een groot verschil van inzicht over de in lid 1 genoemde
consequenties tussen medewerker en de manager wordt gezocht naar
overeenstemming. Indien er geen overeenstemming gevonden is,
beslist de manager. Op verzoek van de medewerker kan de
advisering plaatsvinden door de manager.
De manager draagt zorg voor een zodanige advisering dat
deskundige inbreng integraal is verzekerd en dat elk advies (zo
mogelijk met alternatieven) volledig wordt voorgelegd aan het
college en de raad.
Indien een zaak het taakgebied van één of meer afdelingen raakt
of er coördinatiebehoeften, of mogelijkheden bestaan, vindt
overleg plaats met de andere afdeling(en). Dit overleg moet bij
voorkeur resulteren in een eensluidend advies. Als dit absoluut
niet mogelijk is, legt de manager van de primair
verantwoordelijke afdeling de zaak ter besluitvorming voor aan
de secretaris/algemeen directeur.
De manager beoordeelt of de door de afdeling uitgebrachte
adviezen passen in het door het college en de raad vastgelegde
kader van doelstellingen en plannen.