Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Achtergrond

Onderdeel van BIBOB Beleidslijn gemeente De Ronde Venen

De Wet BIBOB kent drie belangrijke doelen: bestuursorganen moeten zich meer bewust worden van de noodzaak van een bestuurlijke aanpak van criminaliteit; het faciliteren van criminaliteit moet worden voorkomen om de integriteit van de overheid zelf te waarborgen; Bestuursorganen moeten een bijdrage leveren aan het voorkomen en terugdringen van criminele activiteiten. Criminelen en criminele organisaties hebben er belang bij om op illegale wijze verkregen gelden een ogenschijnlijk legale herkomst te geven en in het maatschappelijk en financieel verkeer te brengen. Daarbij moet zowel gedacht worden aan het ontplooien van criminele activiteiten met behulp van een legale onderneming (zoals het illegaal lozen van afval, mensenhandel of drugshandel), als aan deelnemen in legale economische sectoren waardoor uit eerdere criminele activiteiten verkregen geld kan worden geïnvesteerd (“witwassen”). Het openbaar bestuur kan dan ook indirect criminele organisaties en activiteiten faciliteren en moet daarom in staat worden gesteld zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd, zowel wat betreft zijn bestuurlijke rol bij het verlenen van subsidies en vergunningen, als in zijn civielrechtelijke rol als contractspartij bij aanbestedingen en andere verbintenissen. De Wet BIBOB voorziet in een rechtsgrond om een aanvraag van een subsidie of vergunning te weigeren op grond van dat gevaar. Uitgangspunt van de Wet BIBOB is dat het bestuursorgaan bij de toepassing van het instrumentarium zelf volledige verantwoordelijk blijft voor het voorkomen van bestuurlijke facilitering van criminele activiteiten. Het bestuur besluit in de eerste plaats zelf of gebruik wordt gemaakt van dat instrumentarium. In de tweede plaats bepaalt het zelf of een BIBOB-advies wordt gevraagd. Ten derde blijft het verantwoordelijk voor de beslissing die met inachtneming van het BIBOB-advies wordt genomen. Blijkt dat een vergunning of subsidie ten onrechte ten gevolge van de toepassing van het BIBOB-instrumentarium is geweigerd of ingetrokken, dan is het bestuursorgaan aansprakelijk voor de schade die betrokkene daardoor heeft geleden. Het is daarbij niet van belang of de aansprakelijkheid voortvloeit uit een onjuiste afweging door het bestuursorgaan dan wel uit een verkeerd advies van het Bureau BIBOB. In het geval van een verkeerd advies van Bureau BIBOB kan het bestuursorgaan regres uitoefenen op het Bureau BIBOB.

Rechtspraak bij dit artikel