Op verzoek van de Commissie Van Traa is onderzoek gedaan naar de dreiging van doordringing van de georganiseerde misdaad in bepaalde economische sectoren. Bij de bepaling van de gevallen waarin het BIBOB-instrumentarium zou moeten worden ingezet, is aansluiting gezocht bij dit onderzoek. Het betreft branches waarmee leden van criminele organisaties technisch en financieel vertrouwd zijn: de bouwnijverheid, de horeca en het transportwezen. Misdadigers kennen de technische faciliteiten die de bedrijven kunnen bieden en de mogelijkheden om geld wit te wassen. Het gaat om sectoren die een lage drempel van toetreding kennen. Er zijn weinig diploma’s vereist om als zelfstandig ondernemer te beginnen en het is niet moeilijk om iemand met de benodigde papieren als “stroman” of “katvanger” in te huren.
Het betreft bovendien branches die bestaan uit enkele grote bedrijven en een groot aantal kleine bedrijven die hard met elkaar concurreren. Verder gaan er grote sommen contant geld in om, wat de mogelijkheid biedt om activiteiten en inkomsten niet in de administratie op te nemen. In deze sectoren is enerzijds weinig geregeld, en anderzijds zijn de regels gecompliceerd, tegenstrijdig of in de praktijk oncontroleerbaar. Onderzoek heeft uitgewezen dat onder meer in de horecabranche sprake is van georganiseerde criminaliteit.
Verder zijn er vormen van organisatiecriminaliteit gevonden, waarbij het gaat om op zichzelf genomen legale ondernemingen die in het kader van de bedrijfsvoering misdrijven plegen. Dit werd bijvoorbeeld aangetroffen in de afvalverwerkingsbranche.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Resultaten van het onderzoek
Onderdeel van BIBOB Beleidslijn gemeente De Ronde Venen