Het bestuursorgaan moet ingevolge de wet onderzoeken of er geen bestaande weigeringsgronden zijn die ook betrekking op de integriteit van de vergunningaanvrager c.q. houder. Te denken valt bijvoorbeeld aan de eis “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn”, of de eisen in het Besluit eisen zedelijk gedrag, behorend bij de Drank- en Horecawet. Hierbij moet worden opgemerkt dat op het moment van het bekendmaken van deze beleidslijn er een belangrijke wijziging van de Drank- en Horecawet op stapel staat. Deze ligt ter advisering bij de Raad van State en er is daarom nog geen tekst beschikbaar. Wel is bekend dat in de wijziging onder meer de zedelijkheidseisen zullen vervallen, en daarmee het eerder genoemde Besluit.
In plaats van de huidige eisen zal van aanvragers van een Horecavergunning een verklaring omtrent het gedrag (v.o.g.) worden gevraagd. Deze wordt afgegeven door de Minister van Justitie nadat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon, gelet op het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, en na afweging van het belang van betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die natuurlijke persoon of rechtspersoon. Deze verklaring ondervangt het vervallen van de zedelijkheidseisen, omdat hiervoor algemene en strafrechtelijke justitiële documentatie en de politieregisters wordt geraadpleegd. Voor leidinggevenden in de horeca is door de minister al een screeningsprofiel opgesteld, waardoor onder meer kan worden gelet op het risico op “witwassen”, diefstal en verduistering. De v.o.g. kan op grond van art. 28 e.v. van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ook worden aangevraagd in verband met de verlening, weigering of intrekking van exploitatievergunningen op grond van de APV.
Momenteel heeft de gemeente zelf de bevoegdheid om informatie uit het Justitieel documentatiesysteem en politieregisters op te vragen, maar deze bevoegdheid zal voor wat betreft de Drank- en Horecawet verdwijnen. Voor wat betreft de exploitatievergunning voor de prostitutiebranche ziet het er vooralsnog naar uit dat de gemeente deze zelfstandige bevoegdheid tot het raadplegen van justitiële documentatie zal behouden. Overigens kan voor vergunningen op grond van de APV de burgemeester op grond van artikel 15 lid 1 onder b. van de Wet politieregisters in het kader van handhaving van de openbare orde informatie uit het politieregister opvragen (dit geldt niet alleen voor het intrekken van besluiten bij verstoringen, maar ook voor het verlenen en weigeren van besluiten). Dit artikel zal binnenkort worden vervangen door artikel 16 van de nieuwe Wet politiegegevens.
Bovengenoemde mogelijkheden om de integriteit van aanvragers of vergunninghouders te onderzoeken zijn te beschouwen als voorliggende voorzieningen in het kader van de Wet BIBOB. Bij de BIBOB-toets als zodanig worden zij daarom niet meegenomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.6.1
Wijziging van de Drank- en Horecawet
Onderdeel van BIBOB Beleidslijn gemeente De Ronde Venen