In maart 2007 is de Wet BIBOB voor het eerst geëvalueerd. Hieruit blijkt dat ruim de helft van de gemeenten inmiddels een BIBOB-beleidslijn heeft, vooral toegepast op de horeca- en prostitutiebranche. In 80 procent van de gevallen waarin advies werd gevraagd aan het Bureau BIBOB is gebleken dat er daadwerkelijk gevaar voor “vermenging van de boven- en onderwereld” bestond. Ook heeft volgens de evaluatie de bevoegdheid om advies te vragen een belangrijke preventieve werking: in totaal 200 keer trok de aanvrager zich terug nadat bleek dat er een BIBOB-toets zou plaatsvinden.
Hoewel dit nog niet concreet is gebleken, wordt algemeen gewaarschuwd voor een “waterbedeffect”, het verschijnsel dat criminelen hun activiteiten verplaatsen naar gemeenten die nog geen BIBOB-beleid hebben. Mede hierom wordt erop aangedrongen dat ook deze gemeenten beleid gaan ontwikkelen. Dit geldt voor De Ronde Venen omdat het vlak bij Amsterdam en Utrecht is gelegen, waar al enkele jaren een BIBOB-beleid wordt gevoerd, zeker nu omliggende gemeente hiertoe ook overgaan of al zijn gegaan. Uit de evaluatie is eveneens gebleken dat er bij bestuursorganen (met name grotere gemeenten) de behoefte bestaat om de reikwijdte van de wet uit te breiden naar bijvoorbeeld uitzendbureaus (m.n. in de bouw), belwinkels en smart- en headshops. Of dit daadwerkelijk zal gebeuren, is nog niet bekend.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
Landelijke evaluatie Wet BIBOB
Onderdeel van BIBOB Beleidslijn gemeente De Ronde Venen