Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

De BIBOB-toets

Onderdeel van BIBOB Beleidslijn gemeente De Ronde Venen

De diepgaande BIBOB-toets betekent dat in elk geval wordt gecheckt op compleetheid van het formulier en bijlagen en of er op het eerste gezicht geen opmerkelijke antwoorden zijn gegeven of dat van valsheid in geschrifte sprake is. Voorts behelst deze toetst onder meer het raadplegen van openbare bronnen, zoals het kadaster en de registers van de Kamer van Koophandel. Ook kunnen handtekeningen van gemachtigden e.d. worden geverifieerd. Een BIBOB-toets blijft achterwege ingeval een aanvrager bovengenoemde vragenlijst al voor dat bedrijf heeft ingevuld en vanaf de datum van invullen zich geen wijzigingen (bijvoorbeeld in exploitatievorm of financiering) hebben voorgedaan. Bij inrichtingen die op grond van artikel 174a Gemeentewet of 13b van de Opiumwet (eerder) zijn gesloten, wordt altijd een diepgaande toets uitgevoerd. Als er na de diepgaande toets nog vragen blijven bestaan, wordt een advies gevraagd aan het landelijk Bureau BIBOB; indien de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet BIBOB genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van ernstig gevaar, dan wordt de vergunning door het bevoegde bestuursorgaan geweigerd of ingetrokken, tenzij er reden is om van de inherente afwijkingsbevoegdheid gebruik te maken. In de gevallen waarin de Officier van Justitie op grond van artikel 26 Wet BIBOB de gemeente adviseert om een advies aan het landelijk Bureau BIBOB te vragen, is sprake van een zwaarwegend feit en wordt een verzoek om advies aan het Bureau BIBOB gericht. In gevallen waarin de mutatiefrequentie voor een bepaald pand hoog is, of indien informatie van derden daartoe aanleiding geeft, wordt een diepgaande toets uitgevoerd. Voor toetsing van reeds verleende vergunningen wordt de vergunninghouder gevraagd om een BIBOB-formulier in te vullen en gegevens over te leggen op basis van vermoedens van criminaliteit, waaronder informatie van derden. Hiermee moet voorzichtig worden omgegaan. Daarentegen geldt het principe dat indien vergunninghouder “niets te verbergen heeft” juist via een BIBOB-toets ongegronde vermoedens weg kan nemen. Heeft de gemeente op basis van het eigen onderzoek genoeg aanwijzingen om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van ernstig gevaar, dan wordt de vergunning door het bevoegde bestuursorgaan geweigerd of ingetrokken, tenzij er reden is om van de inherente afwijkingsbevoegdheid gebruik te maken.

Rechtspraak bij dit artikel