De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 21, wordt vastgesteld op:
- - 5 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
- - 40 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
- - 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.