De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor
zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de
Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
opvang Asielzoekers;
van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
van degene die tijdelijk als minderjarige in de gemeente verblijft
als deelnemer aan een door een school georganiseerde groepsreis,
onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders;
van degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als begeleider van
minderjarigen als bedoeld in lid 4.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015