**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
aanvang van het parkeren, tenzij:
het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
parkeerapparatuur geschiedt door het via de telefoon, app,
webapplicatie, (stads)pas en vergelijkbare producten, inloggen
op de centrale computer;
het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door
het uitnemen van een parkeerbiljet op een parkeerterrein of in
een garage waar is aangegeven dat achteraf betaald moet
worden.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015