**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in:
artikel 6, lid 1a moet de belasting overeenkomstig de aangifte
worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren,
indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen
van de parkeerapparatuur geschiedt door het via de telefoon,
app, webapplicatie, (stads)pas en vergelijkbare producten
inloggen op de centrale computer;
artikel 6, lid 1b moet de belasting overeenkomstig de aangifte
worden betaald achteraf bij het beëindigen van het parkeren,
indien de bij het aanvang van het parkeren in werking stellen
van de parkeerapparatuur geschiedt door het uitnemen van een
parkeerbiljet op een parkeerterrein of in een garage waar is
aangegeven dat achteraf betaald moet worden.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald voorafgaand aan de verstrekking van de
vergunning.
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7
Termijnen van betalen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015