Een lid van de rekenkamercommissie wordt door de raad
ontslagen:
op eigen verzoek;
bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is
met het lidmaatschap;
indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem
bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
ontslagen bij gebleken ongeschiktheid, indien hij door ziekte of
gebreken langdurig (langer dan 13 weken) of blijvend ongeschikt
is zijn functie te vervullen of indien hij verboden handelingen
als bedoeld in artikel 9 van deze verordening heeft verricht.