Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in
artikel 7, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de
jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig
mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
De jeugdige en/of zijn ouders verschaffen voor het gesprek alle
overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het
college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij
redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.
Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien
van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede
lid.