Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Stimuleringspremie voor jongeren

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit verordening werkleeraanbod Wet Investeren in Jongeren

1.. Het college kan aan uitkeringsgerechtigde een stimuleringspremie toekennen: als een jongere algemeen geaccepteerde arbeid accepteert voor naar verwachting 6 aaneengesloten maanden en de jongere als gevolg van de werkaanvaarding geen beroep meer hoeft te doen op de inkomensvoorziening. b. bij het beëindigen van de inkomensvoorziening en er naar het oordeel van het college sprake is van een situatie die het rechtvaardigt om aan een jongere eenmalig een financiële overbrugging te verstrekken. c. Samenloop van de onder a en b genoemde situaties is mogelijk, maar in een kalenderjaar bedraagt de premie niet meer dan het bedrag genoemd in artikel 31 lid 2 onder j van de Wet werk en bijstand. 2.. De hoogte van de premie bij werkaanvaarding zoals bedoeld in lid 1 onder a bedraagt: indien een uitkeringsgerechtigde algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt voor naar verwachting 6 aaneengesloten maanden en de uitkeringsgerechtigde als gevolg van de werkaanvaarding geen beroep meer hoeft te doen op algemene bijstand als bedoeld in artikel 5 onder b van de wet: Maximaal 50% indien de uitkeringsgerechtigde op het moment van de werkaanvaarding korter dan 6 maanden onafgebroken algemene bijstand ontvangt. Maximaal 100% indien de uitkeringsgerechtigde op het moment van de werkaanvaarding gedurende een periode van 6 maanden of langer onafgebroken algemene bijstand ontvangt. 3.. Indien een jongere eerder een premie als bedoeld in lid 2 heeft ontvangen en opnieuw algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt voor naar verwachting 6 aaneengesloten maanden en de jongere als gevolg van de werkaanvaarding geen beroep meer hoeft te doen op de inkomensvoorziening bedraagt de premie van het bedrag genoemd in artikel 31 lid 2 onder j van de Wet werk en bijstand: Maximaal 25% indien de uitkeringsgerechtigde op het moment van de werkaanvaarding gedurende een periode van 6 maanden of korter onafgebroken algemene bijstand ontvangt. Maximaal 50% indien de uitkeringsgerechtigde op het moment van de werkaanvaarding gedurende een periode van 6 maanden of langer onafgebroken algemene bijstand ontvangt. 4.. Het bedrag van de premie zoals bedoeld in lid 2 en 3 wordt als volgt betaalbaar gesteld: maximaal 50% van het percentage genoemd in lid 2 of 3 op het moment van de werkaanvaarding; maximaal 50% van het percentage genoemd in lid 2 of 3 in de 7e maand gerekend vanaf de datum van werkaanvaarding als blijkt dat de jongere in de 6 voorafgaande maanden onafgebroken gewerkt heeft en er in die 6 maanden geen inkomensvoorziening is verstrekt. 5.. De hoogte van de premie ter overbrugging bij beëindiging van de inkomensvoorziening zoals bedoeld in lid 1 onder b bedraagt maximaal 50% van het bedrag van het bedrag genoemd in artikel 31 lid 2 onder j van de Wet werk en bijstand. 6.. Het bedrag van de premie zoals bedoeld in lid 5 wordt in overleg met de jongere in 1 of 2 termijnen betaalbaar gesteld. 7.. De premie als bedoeld in lid 1 wordt ambtshalve toegekend. De jongere wordt via een beschikking in kennis gesteld van de toekenning van de premie en de hoogte van de premie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel