Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de kosten voor duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten. Met overige inrichtingskosten worden de kosten van inrichting bedoeld die niet zien op duurzame gebruiksgoederen, zoals verf en behang. Het onderscheid is van belang voor de vorm waarin de bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Mocht er in afwijking van artikel 10 toch een dringende reden zijn om bijzondere bijstand voor deze kosten te verstrekken, dan dient dat om niet te geschieden.
Deze overige inrichtingskosten zijn immers niet aan te merken als duurzame gebruiksgoederen. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien zich ten aanzien van de belanghebbende omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 48 lid 2 PW (zie CRvB 14-05-2002, nrs. 99/3810 en 01/5052 NABW en CRvB 17-02-2004, nr. 01/5559 NABW). De hoofdregel is evenwel dat voor deze kosten geen bijzondere bijstand wordt toegekend, omdat belanghebbende voor deze kosten kan reserveren. Alleen als er sprake is van dringende redenen op grond waarvan niet kon worden gereserveerd, bijvoorbeeld een onvoorziene verhuizing of, zoals in de toelichting bij artikel 9 beschreven, tekort aan brandverzekering, is er aanleiding om bijzondere bijstand toe te kennen.
Hoofdstuk
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en Wet Schuldhulpverlening