Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verleend (artikel 48 PW) In afwijking hiervan bepaalt artikel 51 PW dat bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan worden gegeven in de vorm van een geldlening, borgtocht of als een bedrag om niet. Het college heeft ervoor gekozen deze bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken. De voorwaarden verbonden aan deze geldlening zijn opgenomen in artikel 9.
Er is afstand genomen van het beleid op grond waarvan een deel van het (voor de algemene bijstand) buiten beschouwing te laten vermogen in aanmerking werd genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand. Hiermee is een einde gemaakt aan het onderscheid tussen belanghebbenden die spaarzaam hebben geleefd en daarom een kleine reserve hebben opgebouwd en belanghebbenden die uit de algemene bijstand niet hebben gereserveerd. Nu aan belanghebbenden voor deze kosten bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze geldlening wordt verstrekt, kan de spaarzame belanghebbende zelf bepalen of en voor hoeveel het spaargeld voor de kosten wordt aangewend. De niet-spaarzame belanghebbende ziet zich gesteld voor een lening.