Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 9.

Geldlening voor duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en Wet Schuldhulpverlening

1.. Voor de bijzondere bijstand die overeenkomstig artikel 8 lid 2 is toegekend gelden de volgende uitgangspunten: de aflossingscapaciteit wordt vastgesteld op 6% van de op het moment van aanvraag toepasselijke bijstandsnorm, inclusief Vakantietoeslag en de in het kindgebonden budget opgenomen alleenstaandeouderkop van de Belastingdienst, per maand voor een belanghebbende met een inkomen op bijstandsniveau; 6% van het netto inkomen van belanghebbende, inclusief VT, per maand voor een belanghebbende met een inkomen dat meer bedraagt dan de op hem op het moment van aanvraag van toepassing zijnde bijstandsnorm, doch minder dan 110% hiervan. de hoogte van de geldlening bedraagt maximaal 36 maal de vastgestelde aflossingscapaciteit; maandelijks dient de belanghebbende een bedrag gelijk aan 1/36 van de verstrekte geldlening op de lening af te lossen. Indien en zolang de belanghebbende een bijstandsuitkering ontvangt geschiedt dit door inhouding op de bijstand. 2.. Indien het bedrag als bedoeld in het eerste lid sub b niet toereikend is kan een grotere geldlening worden verstrekt. Het restant van de geldlening wordt alsnog om niet verstrekt als belanghebbende zijn aflossingsverplichting gedurende 36 maanden stipt is nagekomen èn de inkomsten niet in positieve zin zijn gewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel