Naar hoofdinhoud
Hetgeen in artikel 13 is geschreven, kan ook plaatsvinden tijdens de bijstandsperiode. In tegenstelling tot voornoemd artikel 13, geldt voor de verwijtbare gedraging tijdens de bijstandsperiode uiteraard geen beperking in de tijd. Als een belanghebbende tijdens de bijstandsperiode tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de zelfstandige voorziening in het bestaan betoont, bestaande uit: verwijtbaar verlies van een voorliggende voorziening of van eigen inkomsten dan wel van onverantwoord (= te snel) interen van vermogen, onderbedeling bij echtscheiding, vermogen wegschenken of verkoop van de woning beneden de marktwaarde, is er aanleiding om een verlaging toe te passen. Opgemerkt wordt dat in dit artikel het door eigen schuld of toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid behouden of het in onvoldoende mate naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid niet is opgenomen. Bij deze verwijtbare gedraging tijdens de bijstandsperiode dient een verlaging te worden toegepast op grond van artikel 18, vierde lid van de participatiewet dan wel artikel 10 van deze verordening. Dit geldt ook voor het verliezen van werk als zelfstandige. De overige gedragingen uit artikel 13 zijn wel van toepassing. Ter zake wordt verwezen naar de toelichting op dit artikel. Lid 4 Net als bij artikel 13 is - onder de WWB - ook aan artikel 14 een vierde lid toegevoegd. Een dergelijke situatie als beschreven in artikel 13, vierde lid, kan zich ook voordoen tijdens de bijstandsperiode. Vanuit een parttime baan met aanvullende bijstand kan de belanghebbende werkloos worden. Als gevolg hiervan wordt een gedeeltelijke WW-uitkering ontvangen, die in mindering wordt gebracht op de bijstandsuitkering in het kader van de participatiewet. Belanghebbende zou dan ook de inlichtingenplicht bij herhaling kunnen schenden bij zijn WW-uitkering waardoor zijn beslagvrije voet op nihil wordt gezet en de bestuurlijke boete volledig wordt verrekend met de uitkering. De betaling van de WW-uitkering wordt dan nihil. In dat geval moet de belanghebbende een beroep doen op meer aanvullende bijstand en heeft hij zich bewust in een dergelijke positie gebracht. Ook dan is een verlaging van de uitkering aan de orde. Ook bij dit artikel moet individueel maatwerk geleverd worden en kan een verlaging gedurende een kortere periode aan de orde zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel